Rupsje Nooitgenoeg
Recent is in de publiciteit geweest dat er in vele sectoren concentraties van bedrijven zijn die de markten beheersen. Twee jaar geleden sprak de ACM (Autoriteit Consument en Markt) al van een haperende concurrentie als gevolg van een sluipende concentratie en marktmacht.
Aan welke concentratie moet dan gedacht worden? Het is de concentratie van steeds groter wordende bedrijven en andere organisaties door voortdurende overnames van kleinere andere partijen die op dezelfde markt werkzaam zijn. Bent u nog blij met uw huisarts? Of bent u ook ondergebracht bij een medisch centrum waarbij het steeds maar weer afwachten is bij welke arts u terecht komt. Nog los van de vraag of u daarmee in het Nederlands kunt communiceren. Het zijn de commerciële bedrijven die steeds meer kleinere huisartspraktijken opkopen om zo een winstgevend, geheel te worden. Hun doel is winstmaximalisatie. Of wat te denken van de campings waar mensen vaak jaren lang met veel plezier hun weekenden en vakanties in hun stacaravans doorgebracht hebben. Opgekocht door een bedrijf dat de zogenaamde “buy and build” strategie toepast. Dat kan winstgevend zijn voor dat bedrijf maar er wordt geen rekening gehouden met het welbevinden van de oude gebruikers. Ja ook hier is winstmaximalisatie het doel.

En om nog wat andere sectoren te noemen waar deze heterotrofe strategie speelt; wat dacht u van de macht die de drie grote supermarktketens verworven hebben. Nog recent waren vele schappen leeg omdat deze supermarktketens een robbertje moesten vechten met hun leverancier. Hun winst moest hoger. Ook in dienstverlening zien we het. Het aantal leveranciers van energiecontracten, internetabonnementen en dergelijke is zeer beperkt. Enkele grote die de dienst uitmaken en een steeds kleiner wordend aantal kleinere aanbieders, die stuk voor stuk worden opgevreten door de naar winstmaximalisatie strevende grotere concurrenten.
De consument heeft hierdoor minder keuze, betaalt hogere prijzen terwijl deze naar maximale winst strevende organisaties steeds minder de drang zullen voelen innovatief te zijn. Nieuwe diensten en nieuwe producten krijgen steeds minder aandacht omdat de concurrentie op de markt voor een groot deel weggevallen is. Volgens de kartelwetgeving is het maken van onderlinge afspraken verboden. Maar valt daar het maken van een lunchafspraak tussen de CEO’s van die grote partijen op een markt, ook onder?

Het dilemma dat ik hier opwerp is de vraag of winstmaximalisatie de belangrijkste factor voor een organisatie moet zijn om zijn beslissingen op te baseren. Zou dat niet het echte ervaren welzijn van de mogelijke klanten, en dan niet het door de PR afdeling geformuleerde welzijn van klanten, leidend moeten zijn? En laten we wel zijn, ook de consument speelt een rol in zijn welzijn. Dat komt in een volgend artikel aan de orde.